Hello world

De vier evangeliën van het Nieuwe Testament getuigen van het leven van Jezus. In de eerste eeuw na Zijn kruisiging werden ze, door of met hulp van apostelen en andere volgelingen, in het Grieks op schrift gezet in de vorm waarin wij ze nu kennen¹. Later werden ze, samen met andere geschriften, waaronder de brieven van de apostelen, toegevoegd aan de reeds bestaande geschriften van de Joodse Tenach. Zo ontstond de Bijbel, die bestaat uit het Oude en het Nieuwe Testament.

Wat vertelde Jezus, wat deed Hij en welke conclusies kunnen we daaruit trekken? In deze bijbelstudie worden deze vragen aan de hand van veertig stellingen behandeld. Elke stelling is gekoppeld aan een of meer Bijbelteksten die grotendeels afkomstig zijn uit de evangeliën. Onder iedere stelling staan de bijbehorende Bijbelteksten vermeld.

*1 Bron: Echo’s van het goede nieuws – Geurt Henk van Kooten.



1. Liefhebben is Gods wil. Dit komt al naar voren in de Tien Geboden van het Oude Testament: de eerste vijf geboden gaan over het liefhebben van God en de tweede vijf over het liefhebben van je medemens.



2. Jezus werd uit liefde voor mensen door de Vader naar de wereld gestuurd en handelde naar de wil van de Vader.



3. Het oude verbond was het verbond dat God met zijn volk Israël sloot via Mozes. Een verbond gebaseerd op de wet, de priesterdienst en de tempel. Dit verbond werd gesloten nadat God Israël uit de slavernij onder de farao uit Egypte had verlost. Met Jezus die gekruisigd werd op aarde, werd dit oude verbond vervuld. In het verlengde van het oude verbond kwam een nieuw verbond, een verbond van God de Vader bestemd voor alle mensen. Het is het nieuwe koninkrijk van Jezus gebaseerd op liefde en rechtvaardigheid, een nieuwe tempel met Jezus als fundament, als hoeksteen. Dit werd onder andere bevestigd door Jezus' dood aan het kruis, door de uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren en door de vernietiging van de Joodse tempel door de Romeinen in het jaar 70 na Christus.



4. Jezus sprak vaak indirect tot zijn publiek. Hij sprak in gelijkenissen en verwees naar zijn daden. Hij wist hiermee de mensen te bereiken die op zoek waren naar het goede van God zonder dat zijn tegenstanders Hem konden tegenhouden. Aan zijn leerlingen en directe volgelingen gaf Hij achteraf uitleg over de betekenis van de gelijkenissen. Zij kregen hiermee meer inzicht en konden dit delen met anderen die ook op zoek waren naar het goede van God. Als Jezus geen gelijkenissen had gebruikt, dan hadden zijn woorden als godslasterlijk opgevat kunnen worden. Dan hadden zijn critici Hem kunnen aanklagen en hadden ze het rondreizen van Jezus en zijn discipelen, en daarmee het plan van God kunnen verstoren.



5. Jezus verwees meestal naar zichzelf als de Mensenzoon. Een enkele keer noemde Hij zichzelf de Christus, de Zoon van God of de Messias. Jezus verwees ook naar zichzelf als de toegang tot de Vader, als de Weg, de Leraar. Wil je tot het goede van God komen? Volg dan Jezus.



6. Jezus, de Messias komt uit de bloedlijn van koning David, maar Hij bestond al voordat David op aarde leefde. Jezus had op aarde de volledige beschikking over de Heilige Geest, de helpende Geest van God, om te genezen en te vergeven.



7. Jezus confronteerde religieuze Joden die interesse toonden in zijn leer regelmatig met hun manier van denken en handelen. Dit deed Hij om hen tot een ware, persoonlijke relatie met God te brengen.



8. Jezus toonde met behulp van (de Geest van) de Vader zijn autoriteit in de geestelijke wereld. Dit deed Hij om mensen tot geloof in de Vader en tot geloof in Hem als Zoon van God te laten komen, en om de liefde van God voor mensen te tonen.



9. Jezus genas met behulp van (de Geest van) de Vader de zieken. Dit deed Hij om mensen tot geloof in de Vader en tot geloof in Hem als Zoon van God te laten komen, en om de liefde van God voor mensen te tonen.



10. Jezus wekte met behulp van (de Geest van) de Vader meerdere doden op. Dit deed Hij om mensen tot geloof in de Vader en tot geloof in Hem als Zoon van God te laten komen, en om de liefde van God voor mensen te tonen.



11. Jezus sprak vaak over het koninkrijk van God. Geen politiek of geografisch, maar een geestelijk koninkrijk. Het is niet met het menselijk oog te zien. Het begint klein maar kan tot iets groots groeien en biedt dan houvast.



12. Het koninkrijk van God is gebaseerd op liefde van God voor mensen. Een geloof of koninkrijk wat niet op liefde gebaseerd is, is innerlijk verdeeld en zal niet standhouden.



13. Het koninkrijk van God is een pacifistisch koninkrijk met voorwaarden.



14. De kleinste in het koninkrijk is groter dan welk mens dan ook.



15. Als je oordeelt over anderen kun je het koninkrijk van God moeilijk leren kennen.



16. Mensen die anderen kwaad of tekort doen, zullen het koninkrijk moeilijk leren kennen. Jezus waarschuwde voor de gevolgen. Hij verwees hierbij voor de joden van toen naar het naderende onheil wat later plaatsvond tijdens de belegering van Jeruzalem in het jaar 70 na Chr



17. Jezus verzocht mensen die genezen waren om dit niet direct door te vertellen zodat Hij de avond en nacht kon doorbrengen zonder dat iedereen, voor- en tegenstanders van Hem, wist waar Hij was. Zo had Hij tijd om wat te rusten, tijd voor zijn leerlingen en voor gebed.



18. Halverwege z'n bediening vroeg Jezus z'n discipelen wie Hij volgens hen was. Hij prees Petrus dat hij de Christus, de Messias, de Zoon van God in Hem zag. Het was de geest van de Vader die dit Petrus duidelijk gemaakt had want Jezus zelf had hem dit niet verteld. Petrus kreeg daarmee de sleutels van het koninkrijk in handen. Z'n discipelen mochten niet doorvertellen dat Hij de Christus is, want God had een plan wat nog niet volbracht was.



19. Op de heilige berg noemt God Jezus zijn geliefde Zoon. Petrus getuigt later nogmaals van deze gebeurtenis in één van zijn brieven.



20. Het doel van de bediening van Jezus was om God gedurende 3,5 jaar te openbaren aan de mensen, in eerste instantie aan de Joden, in het gebied rond het toenmalige Galilea. En om daarna te sterven voor de zonden van de mensen die in Hem geloven. Na de openbaring aan zijn discipelen op de berg, vertelde Hij zijn discipelen dat de Messias een groot lijden te wachten staat zoals in de boeken was voorspeld.



21. Jezus leerde ons dat we in de toekomst tot de Vader moeten bidden, in de naam en houding van Jezus, die zich naast de Vader bevindt. En omdat Jezus aan de zijde van de Vader zit, draagt bidden in zijn naam gezag. Wie van Jezus houdt en vertrouwt dat Hij van de Vader komt, die bidt in stilte tot God. Bid eerst in stilte en spreek daarna tot het probleem, of zoals Jezus het zei, tot de berg om zich in zee te werpen. Door de Heilige Geest kan een gelovige die goed wil doen, over het koninkrijk beschikken waarmee dit met kracht zichtbaar wordt op aarde.



22. Een tarwekorrel moet sterven en in de grond vallen voordat hij vrucht kan dragen. Het koninkrijk wordt definitief gevestigd na het lijden van Jezus. Pesach is het Joodse feest ter herinnering aan de tiende plaag die de farao ertoe bracht de Israëlieten uit Egypte te laten vertrekken. Het bloed van een geslacht lam bood bescherming tegen de dood van de Joodse eerstgeborenen, waardoor het slachten van een lam tijdens dit feest een centrale plaats inneemt. Jezus stierf tijdens Pesach en vervangt hierdoor het offer van het lam. Doordat Hij zonder zonden was, kon de dood Hem niet vasthouden. Door zijn wederopstanding na drie dagen biedt Hij bescherming tegen de dood.



23. Jezus stierf vrijwillig aan het kruis en zal daarna als overwinning plaatsnemen aan de zijde van de Vader in het koninkrijk. Hij zal daarna net zo terugkomen als dat Hij heen ging.



24. Jezus gaf zijn leven voor ons door zich te laten kruisigen en bewijst daarmee dat Hij van je houdt.



25. Mensen leven in een onrechtvaardige wereld waar leven zonder te zondigen vrijwel onmogelijk is. Mensen die op zoek zijn naar het goede, die op zoek zijn naar hoe ze het goede kunnen doen en dit bij God zoeken, die kunnen door de prijs die Jezus betaalde over het koninkrijk van God beschikken. Jezus, de Messias, stierf zoals de geschriften dit hadden voorspeld voor de onvolkomenheden, ziekten en zonden van mensen. Jezus bevindt zich in het koninkrijk naast de Vader.



26. Na zijn opstanding ontmoette Jezus in een fysiek lichaam gedurende 40 dagen meerdere mensen.



27. Toen Hij bij zijn leerlingen langs ging legde Hij veel dingen uit, dit keer zonder in gelijkenissen te spreken. Hij vertelde hoe de profetieën uit het oude testament voor Hem gelden. Ook dat mensen alleen via Hem vergeving van zonden kunnen krijgen en dat Hij de Heilige Geest zal sturen. Hierna voer Jezus op naar de hemel.



28. De Heilige Geest, de helpende Geest uit de hemel zal vanuit de Vader en Jezus beschikbaar zijn voor wie in Jezus geloven als Messias.



29. Met pinksteren, tien dagen na zijn hemelvaart, kwam het koninkrijk van God met behulp van de Heilige Geest met kracht over zijn volgelingen. In talen van over de hele wereld spraken de gelovigen met anderen om het nieuws voor heel de aarde bekend te maken. Jezus kwam niet alleen naar aarde om zijn eigen volk, het Joodse volk terug tot God te brengen. Het nieuwe koninkrijk en de beschikking over de Heilige Geest is voor iedereen die in Jezus gelooft.



30. Met de komst van Jezus naar de aarde kwamen talrijke profetieën uit.



31. Na zijn leven op aarde kwamen tal van Jezus' eigen profetieën uit.



32. Na zijn hemelvaart getuigen meerdere mensen van een geestelijke ontmoeting met Jezus door de Heilige Geest, als een lichte verschijning met een liefdevolle boodschap.



33. De doop in water gold in eerste plaats voor Joden die zich wilden bekeren. Voor christenen is de doop in water niet noodzakelijk. Allereerst is geloof noodzakelijk. Door geloof kan de Heilige Geest bij je zijn en kun je in de Geest worden gedoopt. Laat je je toch in water dopen? Door deze doop laat je zien dat je Jezus volgt. Ook koppel je je geestelijke keuze aan een fysieke gebeurtenis waarmee je je geloof versterkt. Daarnaast deel je iets met Jezus.



34. Wees vrijmoedig in je geloof.



35. Ieder mens heeft talenten. Gebruik deze voor jezelf en om anderen te helpen. Een ander gebruikt zijn talenten ook om jou te helpen.



36. Het koninkrijk is van Jezus. In dit koninkrijk is de leider de dienaar. Kijk daarom om naar anderen die jouw of Gods hulp kunnen gebruiken. Ook is het belangrijk om niet meer te willen dan je toekomt. Als je in nederigheid aanvaart dat je Jezus nodig hebt in je leven, dan zal God je automatisch zegenen.



37. Luister naar de woorden van God en handel ernaar. Het brengt vrucht voort in je leven.



38. In de wereld is naast de liefde van God, ook liefde van mensen en vijandschap aanwezig. Mensen die zich vijandig gedragen tegen de liefde van God die mag je mijden maar je hoeft ze niet te haten. Je mag er voor bidden en God om leiding vragen.



39. Jezus verlangt ernaar dat mensen over heel de aarde die het goede van God zoeken en dit delen via Hem, één zijn met elkaar en één zijn met God.



40. Doe je de dingen die Jezus leerde, dan houdt de Vader net zo veel van jou als dat Hij van Jezus houdt. Dan zul je blijdschap ervaren. Houd van elkaar zoals Jezus dit deed.